Gewoon lekker veel gamen of een verslaving?
Niet iedere jongere die veel en vaak games speelt is per definitie verslaafd. De volgende 10 vragen kunnen je helpen wanneer je twijfelt of er sprake is van een verslaving. Wanneer je je zorgen maakt over het gamegedrag van een jongere, is het belangrijk dat je deze zorgen deelt met (afhankelijk van de situatie) de jongere zelf of met de ouders/verzorgers.
1. Denkt de leerling voortdurend aan games of aan wanneer hij weer kan spelen?
2. Is het slecht voor het humeur van de leerling als hij (even) niet kan gamen?
3. Besteed de leerling steeds meer tijd aan het spelen van games?
4. Is de leerling is staat om minder te gamen, of vindt hij dat dat goed zou zijn?
5. Verliest de leerling interesse in andere dingen door het gamen?
6. Gaat de leerling door met gamen ondanks duidelijke negatieve gevolgen, zoals bijvoorbeeld te laat op school komen?
7. Liegt de leerling over hoeveel tijd hij kwijt is met gamen?
8. Speelt de leerling games om aan persoonlijke problemen te kunnen ontspannen?
9. Zet de leerling door zijn gamegedrag relaties of schoolprestaties op het spel?
10. Krijgt de leerling ruzie met belangrijke anderen, zoals bijvoorbeeld zijn ouders, over zijn gamegedrag?
Bron: Lemmens & Valkenburg, 2009; Petry et al., 2014.
Hoewel deze vragen een richting geven voor waar je op kunt letten, zijn het geen echte diagnostisch richtlijnen. Er bestaat dus geen norm zoals “als je meer dan zoveel uur per dag games speelt, ben je verslaafd” of “als je meer dan vier vragen met ja beantwoordt, is er sprake van een verslaving”. Dit komt doordat psychiaters en psychologen van over de hele wereld nog in discussie zijn over wat een gameverslaving precies inhoudt.
"(Vereist)" geeft vereiste velden aan