Leerkrachten kunnen ook hun doceerstijl afstemmen op de behoeften van de leerling. Om ervoor te zorgen dat hij alert is en klaar zit om te leren, kan de leerkracht zintuiglijke input gebruiken om het zenuwstelsel ‘wakker te maken’ of juist te ‘kalmeren’.
Trage, repetitieve bewegingen kunnen kalmeren, terwijl snelle, veranderlijke bewegingen een waarschuwing kunnen zijn. Las daarom pauzes in met de hele klas, maak het leuk of maak het praktisch (koffie rondbrengen, bloemen water geven).
Motorische problemen van leerlingen met autisme kunnen een nadelige invloed hebben op het aanleren van praktische vaardigheden, zoals veterstrikken, overgooien met een bal, knippen met een schaar en het schrijven met pen of potlood.
Hiervoor zou je alternatieven kunnen bedenken, zoals schoenen met klittenband, grote ballen gebruiken die gemakkelijker te vangen zijn, of hulpmiddelen waarmee je een potlood gemakkelijker kunt gebruiken, zoals potloodgrepen.
"(Vereist)" geeft vereiste velden aan