Languages:

Strategieën zintuiglijke prikkelverwerking (5/6)

De verschillende strategieën die ingezet kunnen worden:

Kauwen: kauwen, sabbelen en zuigen werkt regulerend wanneer je gespannen bent, maar ook wanneer je sloom bent. Het is een veelgebruikte strategie.

Diepe druk en proprioceptieve prikkels: rustig toegepaste diepe druk heeft een kalmerende werking. Dit komt doordat diepe druk en proprioceptieve informatie in dezelfde delen van de hersenen verwerkt worden als waar stress geregeld wordt. Stevig vasthouden, wrijven, strak in een deken wikkelen, strakke kleding dragen of onder een zware deken liggen, zijn allemaal manieren om diepe druk te voelen.

Iets dragen tijdens een overgang: door de leerling iets in zijn handen te laten dragen, geef je hem letterlijk en figuurlijk houvast die kan helpen de overgang te maken.

 

 

Zwaar werk waarbij je veel spieren gebruikt, zoals iets dragen, duwen of trekken of sporten, geeft ook diepe druk. Wanneer diepe druk snel, onregelmatig en onverwacht toegepast wordt, werkt het activerend.

Friemelen: wanneer je onderprikkeld bent, geeft friemelen extra prikkels aan het lichaam die activerend werken. De leerling die deze extra prikkels nodig heeft, zal vaak harder aan het friemelhulpmiddel trekken en duwen om prikkels te krijgen. De leerling die overprikkeld is, kan het friemelen gebruiken om zijn aandacht af te leiden van een storende prikkel of om spanning kwijt te raken.

Staand werken: schrijf- en leestaken kun je staand uitvoeren, aan een kast of plank op ellebooghoogte. Staan vraagt om meer spieractiviteit, dit is activerend waardoor een leerling zich beter blijft concentreren.

Uit: ‘Wiebelen en friemelen in de klas’